Mallorca buiten de clichés:
een eiland vol contrasten
Mallorca roept bij veel mensen beelden op van drukke stranden, zongebruinde toeristen en volle boulevards. Maar wie een beetje verder kijkt, of juist iets verder rijdt, ontdekt een totaal ander eiland. Van bergdorpjes en citrusvalleien tot verlaten baaien en verstilde kloosters: Mallorca is een bestemming die veel meer is dan het imago dat eraan kleeft. Wie zich daar bewust van is, ervaart het eiland als een van de meest veelzijdige plekken in Zuid-Europa. En dat maakt een reis naar het verrassende Spaanse eiland in de Middellandse Zee juist zo interessant.
Inhoudsopgave
1. Een kustlijn in lagen
De kust van Mallorca is niet één geheel, maar een verzameling van contrasten. In het noorden vind je ruige kliffen en verborgen stranden tussen rotswanden, zoals bij Cala Tuent of Sa Calobra. In het zuiden liggen de brede, goudgele stranden van Es Trenc en Platja de Palma — wat bekender, maar nog altijd indrukwekkend als je het juiste moment kiest.
En daartussen: kleine inhammen, vissershavens, jachthaventjes en stranden waar je alleen komt via een wandeling door dennenbossen. Mallorca’s kust verandert per kilometer. En dat is precies wat het aantrekkelijk maakt: je kunt kiezen wat je zoekt, en het later op de dag gewoon weer inruilen voor iets anders.
2. Verdwalen in het binnenland
Weinig vakantiegangers trekken het binnenland in, maar juist daar ligt het karakter van het eiland. Stille dorpjes als Fornalutx, Valldemossa en Alaró lijken nauwelijks veranderd in de afgelopen decennia. Tussen de citrusbomen en olijfgaarden wandel je langs oude finca’s, terrassen met uitzicht op het Tramuntana-gebergte en zandstenen pleinen waar de tijd lijkt stil te staan.
Wie graag op eigen tempo reist, vindt hier geen drukte of afleiding maar wel ruimte en eenvoud. Zelfs in hartje zomer blijft het binnenland verrassend kalm.
3. Stad met een zachte rand: Palma
De hoofdstad Palma wordt vaak onderschat. Het is geen metropool, maar juist dat maakt de stad zo prettig. De gotische kathedraal La Seu torent uit boven de stad, maar het is vooral de sfeer die blijft hangen: levendige pleinen, smalle straatjes, stadsstranden en een eindeloze keuze aan cafés en tapasbars.
Palma is een fijne tussenstop tijdens een rondreis over het eiland, of juist een bestemming op zich. Voor liefhebbers van cultuur, ontspanning en lekker eten is dit een plek waar je zo een paar dagen wilt blijven hangen.
4. Eten in ritme met het eiland
De Mallorcaanse keuken is eenvoudig en puur. Lokale producten spelen de hoofdrol: tomaten, amandelen, olijven, vis, brood en geitenkaas. Het ritme van het eten is langzaam — uitgebreide lunches, laat diner, weinig haast. Gerechten als tumbet (een soort ratatouille), arròs brut (rijststoofpot) en ensaïmada (zoet gebak) zijn lokaal favoriet.
Op markten zoals die van Sineu of Inca proef je het eiland op zijn best: zonder show, maar vol smaak en authenticiteit. In de kleine dorpen vind je vaak nog familie-eethuisjes waar met liefde wordt gekookt.
5. Geen plan, toch alles zien
De kust van Mallorca is niet één geheel, maar een verzameling van contrasten. In het noorden vind je ruige kliffen en verborgen stranden tussen rotswanden, zoals bij Cala Tuent of Sa Calobra. In het zuiden liggen de brede, goudgele stranden van Es Trenc en Platja de Palma — wat bekender, maar nog altijd indrukwekkend als je het juiste moment kiest.
En daartussen: kleine inhammen, vissershavens, jachthaventjes en stranden waar je alleen komt via een wandeling door dennenbossen. Mallorca’s kust verandert per kilometer. En dat is precies wat het aantrekkelijk maakt: je kunt kiezen wat je zoekt, en het later op de dag gewoon weer inruilen voor iets anders.